Wat is een Vrije School? Over de kerndoelen en het mensbeeld van een Vrije School.
Kerndoelen
Worden wie je bent
Ieder mens komt op aarde met een bepaalde opdracht en met een wijze van zijn. Het is een hele kunst om die opdracht te voelen, ervaren, zien of inzien. In het onderwijs streven we een zo gezond mogelijke ontwikkeling van leerlingen na. Een ontwikkeling die ertoe moge leiden dat ieder zijn of haar opdracht ontdekt.
De ontwikkelingsfasen
Het leerplan van Vrije Scholen is gebaseerd op de ontwikkelingsfasen van mensen en heeft als belangrijk uitgangspunt het gelijkmatig ontwikkelen van de talenten van mensen in denken, voelen en willen of doen. Met ontwikkelingsfasen van een kind wordt het volgende bedoeld: wanneer een kind wordt geboren zijn er vier 'delen' van de mens aanwezig: het fysieke lichaam, het gewoonteleven, de emoties/gewaarwordingen en het 'ik' van de mens. De ontwikkeling van lichaam, gewoonteleven, emoties en het 'ik' wordt begeleid door de ouders en door de school. Afhankelijk van de ontwikkeling van de leeftijdsfase van kinderen en van daaruit het leren, krijgt een bepaald deel 'nadruk'. Zo zijn kinderen in hun eerste zeven levensjaren voornamelijk bezig met hun lichaam: ze ontdekken hun handen, ze gaan zitten, staan en lopen. En later gaan ze samen spelen. De groei van het lichaam vergt veel kracht en energie in die tijd. Het nabootsen is in de eerste zeven jaren van groot belang. In de volgende zevenjaarsperiode staat de ontwikkeling van het gewoonteleven en van het gevoelsleven centraal. Voor het voortgezet onderwijs is het omgaan met de 'gewaarwordingen en emoties' van groot belang. De puberteit is een heftige tijd, vol pieken en dalen. Leerlingen zijn bezig met het veroveren van ideeën, het kijken naar de wereld en het leren om zelf te oordelen. Vrije Scholen zien het als hun taak om kinderen daarin te begeleiden en ze te leren omgaan met hun emoties en te leren om genuanceerd en zelfstandig te oordelen.
Denken, voelen, willen
Het onderwijs op Vrije Scholen heeft als belangrijkste uitgangspunten de ontwikkelingsfasen van het kind en het gelijkmatig ontwikkelen van denken, voelen en willen of doen. Dat betekent concreet het volgende: de lesinhouden sluiten, waar mogelijk, aan bij de belevingswereld van de leerlingen. Met belevingswereld wordt niet hetzelfde bedoeld als met leefwereld. De leefwereld van de leerling is de wereld van de dagelijkse omgeving met alle beslommeringen en passies van dien. De belevingswereld heeft betrekking op de fantasie, de diepere wensen en de idealen van het kind. Uit alle mogelijke lesstof worden vakinhouden gekozen die raken aan de innerlijke wereld van de leerling. De inhoud wordt bepaald aan de hand van de leeftijdsfase waarin de leerlingen verkeren. Bij de exacte invulling ervan wordt rekening gehouden met de aard van de klas.