Vrije School > Widar > Over onze school > Leerlingenzorg
Leerlingenzorg

Leren is ontwikkelen. In de Vrijeschool is leerstof ontwikkelingsstof. Het is de taak van de leerkracht om bij de kinderen na te gaan welke leer- en ontwikkelingsstof zij aangeboden moeten krijgen. Dat gebeurt door de leerling zorgvuldig te volgen en daar systematisch verslag van bij te houden. Als een kind naar school gaat geven de ouders een deel van de opvoeding uit handen en dragen dat over aan de school. Het is de verantwoordelijkheid van de school om de ouders adequaat te informeren over de ontwikkeling van hun kind(eren).


Kleuterklas
De kleuter komt in één van de kleuterklassen met leerlingen van 4 tot en met 6 jaar. Tot aan klas 1 blijft hij in deze groep bij deze kleuterleidster. Om de kleuter nauwkeurig in zijn of haar ontwikkeling te kunnen volgen, is er een kleutervolgsysteem. De vierjarige kleuter wordt tijdens het spel en andere activiteiten geobserveerd. Vanaf vijf jaar wordt de observatie uitgebreid en wordt ook elk half jaar de motorische, de sociaal-emotionele en de cognitieve ontwikkeling in beeld gebracht. In het laatste jaar van de kleuterklas wordt er bij de oudste kleuters een leerrijpheidsonderzoek (link naar leerrijpheidsprocedure) gedaan. Dit om vast te stellen of een veilige overstap naar de eerste klas mogelijk is. In uitzonderlijke gevallen wordt op basis van het leerrijpheidsonderzoek de ouders geadviseerd het kind nog een jaar langer in de kleuterklas te blijven.


Klas 1 tot 6
In klas 1 krijgt de leerling een klassenleerkracht die in principe drie jaar met deze klas zal meegaan. Bij het volgen van de leerling speelt de klassenleerkracht een centrale rol. Deze neemt waar hoe de leerling zich ontwikkelt en maakt daar notitie van. Het gaat daarbij om veel meer dan alleen de leerprestaties. De klassenleerkracht besteedt aandacht aan inzet, beleving en resultaat t.a.v. specifieke periodes en de kunstzinnige vakken. Daarnaast wordt er gelet op de ontwikkeling op het sociale- en emotionele vlak. Tweemaal per jaar brengt de leerkracht verslag uit. Eenmaal in een gesprek op school met de ouders (het zg tafeltjesgesprek) en eenmaal in het getuigschrift, het geschreven rapport, aan het einde van het schooljaar. In de meeste gevallen krijgen de kinderen na de 3e klas een nieuwe leerkracht die in principe zal meegaan tot en met klas 6.


Getuigschrift
Het getuigschrift is drieledig:

  1. Het bevat een algemeen deel, waarin de persoonlijke ontwikkeling van het kind wordt beschreven.
  2. Het bevat een beknopte beschrijving van de leerstof van dat jaar en een beoordeling van hoe het kind zich met de leerstof heeft uiteengezet. In dit deel doen ook de vakleerkrachten verslag van hun leerstof en beoordeling. Dit deel bevat ook de bevindingen uit het leerlingvolgsysteem (zie hieronder).
  3. Voor het kind zelf wordt zijn ontwikkeling van dat jaar én een impuls voor de toekomst neergelegd in een gedicht, spreuk of korte beeldspraak. De leerkracht besteedt op zijn of haar eigen wijze zorg aan de vormgeving.

Het leerlingvolgsysteem
De leerontwikkeling van de kinderen wordt in beeld gebracht op grond van de observaties van de klassenleerkracht en de uitkomsten van het leerlingvolgsysteem. Dit systeem volgt in het bijzonder de leerlingen in hun taal - en rekenvaardigheden. D.m.v. klassikale en individuele toetsmomenten worden van zowel de klas als geheel, als van de individuele kinderen de vorderingen bijgehouden. De vorderingen worden afgemeten aan de leerdoelen zoals die in het leerplan zijn  vastgesteld. Er wordt twee keer per schooljaar getoetst. Het leerlingvolgsysteem is een manier om eventuele leerproblemen tijdig te signaleren. Ook kan het een hulpmiddel zijn om inzicht te krijgen of een leerling de juiste leerstof krijgt aangeboden. Van ieder kind wordt een leerlingdossier bijgehouden. In dit dossier bevinden zich alle documenten die voor de beoordeling en begeleiding van de leerling van belang zijn. Hierin bevinden zich b.v. de getuigschriftkopieën, handelingsplannen, kinderbesprekingen en verslagen van gesprekken met de ouders. Het leerlingdossier is voor ouders en verzorgers altijd beschikbaar voor inzage.


Tafeltjesgesprekken
Twee keer per jaar worden ouders en verzorgers geïnformeerd over de leerontwikkeling van de kinderen tijdens de zgn. 'tafeltjesgesprekken'. Tijdens een dergelijk gesprek komen de gegevens die er zijn vanuit toetsen, het schriftelijk werk en de observaties van de leerkracht ter sprake. Het is ook het moment dat u met de leerkracht kunt spreken over hoe u de ontwikkeling van uw kind ervaart.


Advies
Het advies voor het voortgezet onderwijs wordt in de 6e klas geformuleerd op grond van de uitkomsten van de NIO-toets, het drempelonderzoek en de resultaten van het eigen leerlingvolgsysteem.