De leeftijdsfasen

Het Parcival College sluit aan op de vrijescholen voor basisonderwijs. De nummering van klassen/groepen verschilt van die in het reguliere onderwijs. Op de vrijeschool basisonderwijs beginnen leerlingen na de kleuterklassen pas in klas 1. Dat is in het reguliere onderwijs groep 3. Doortellend betekent dit dat leerlingen uit de vrijeschool in klas 6 de basisschool verlaten. Daarom beginnen wij in het voortgezet onderwijs met klas 7 (vergelijkbaar met de brugklas).
Wij verzorgen het onderwijs van de 7e t/m 12e klas. Daar hebben we te maken met de prepuberteit, de puberteit en de ontwikkeling tot jongvolwassene (adolescentie). Er vindt in deze jaren een ingrijpende ontwikkeling plaats, die zich per leerjaar als volgt laat karakteriseren: 

7e klas: 12 – 13 jaar

Nog voor de drempel van de puberteit probeert het kind grenzen te verkennen, nieuwe mogelijkheden te onderzoeken en eigen wegen te zoeken. Als ontwikkelingsstof wordt dan onder andere aangeboden: de ontdekkingsreizen, de Renaissance, biografieën van grote wereldburgers, in het kader van aardrijkskunde de sterrenkunde, zwart-wit tekenen en in de algebra de negatieve getallen. Deze onderwerpen sluiten aan bij de ontwikkeling die de leerlingen innerlijk doormaken en wekken daarom hun interesse.

8e klas: 13 – 14 jaar

Dit is de eindfase van de tweede zevenjaars periode (7-14 jaar), de periode van het schoolkind, waarin de ontwikkeling van het gevoelsleven centraal staat. De leerlingen zijn geen kind meer, maar ook nog niet uitgerijpt. In de leerstof worden ze concreet ‘tot op het bot’ gebracht: het skelet in de biologie, de grammatica in de talen, het toepassen van centraal perspectief in het tekenen en de verdere verkenning in de wereld met volkenkunde. In de geschiedenis wordt de grote boog van de eerste werktuigen van de mens tot de industriële revolutie met al zijn sociale gevolgen behandeld.

9e klas: 14 – 15 jaar

De puberteit brengt met zich mee dat er een eigen zelfstandige binnenwereld voor het kind beleefbaar wordt. Nieuwe innerlijke krachten zoeken uitwegen die variëren van verscholen stilte naar hevig extravert gedrag. De jongere begint een nieuwe verhouding te zoeken tot de wereld. De klassenleerkracht van klas 7 en 8, die zelf zo veel mogelijk verschillende lessen gaf, heeft plaats gemaakt voor vakleerkrachten, vakspecialisten. In veel vakken wordt via de zintuigen het objectieve waarnemen geschoold en het praktische oordeelsvermogen ontwikkeld. Concrete zekerheden worden afgetast in de geologie. Bij tekenen wordt het licht-donker geoefend. Van een blok gereedschapsstaal wordt met de hand een tang of hamer vervaardigd. Door de omwentelingen die zij innerlijk zelf meemaken, kunnen de leerlingen zich goed verbinden met de grote revoluties die – evenals de Verlichting – aan de orde komen bij geschiedenis.

10e klas: 15 – 16 jaar

De binnenwereld van de jongere wordt ruimer en meer vertrouwd. Binnen- en buitenwereld raken meer op elkaar afgestemd. Meer dan bij zichzelf ziet de jongere bij de ander kenmerken die een sterke antipathie of sympathie oproepen. De jongere kan bijvoorbeeld verzeild raken in conflicten of wordt hevig verliefd. Enige nuancering van de extremen wordt mogelijk, de sociale vaardigheden ontwikkelen zich. Er komt weer kleur in het kunstzinnige werk.

Er wordt stage gelopen in een dienstverlenende- of zorginstelling. Bij de talen staat de poëzie centraal, gevoelig maar in een zekere vorm gebracht. In de textiellessen worden de oude ambachten van spinnen en weven beoefend. Van hout wordt een meubelstuk gemaakt. In de aardrijkskunde staan de lucht- en zeestromingen centraal.

11e klas: 16 – 17 jaar

De jongeren vinden steeds meer hun plaats ten opzichte van elkaar en de wereld om hen heen. Het oordelen raakt gebaseerd op de eigen waarneming en het persoonlijk inzicht. Vanuit een kritische blik zoekt de jongere analyserend naar waarheid, waarbij persoonlijke vragen over ‘ik en de wereld’ opkomen. Vragen komen op als: wie ben ik, wat wil ik worden, wat vind ik van de dingen?

De weg van de ontwikkeling van een jong mens komt aan de orde in het Parcival-epos. De leerstof biedt mogelijkheden tot standpuntbepaling in de projectieve meetkunde, in de muziek-/kunstgeschiedenis en in het maken van een eigen eindwerkstuk of eindproject met een vrij gekozen onderwerp.

12e klas: 17 – 18 jaar

De jongere krijgt meer zelfstandigheid, vertrouwen in zichzelf en zicht op zijn/haar kwaliteiten. Nu de bijna-volwassene in mindere mate is overgeleverd aan de gevoelens van sympathie en antipathie, wordt meer gefundeerd oordelen mogelijk. De vraag naar het wezen der dingen komt op en er kunnen persoonlijke idealen ontstaan.
De ontwikkelingsstof is filosofisch getint. Diverse mens-, wereld- en maatschappijbeelden worden, al zoekend naar het eigen oordeel, afgetast.
Als afsluiting van het sociale proces als klas wordt er in een biografieperiode teruggekeken op de gezamenlijk beleefde schooltijd van kleuter tot jongvolwassene.

Het periode-onderwijs

Het periode-onderwijs is de basis van het onderwijs op een vrijeschool. In de periode wordt de leerstof klassikaal aangeboden, de verwerking door de leerlingen in hun periodeschrift is individueel. Een periode duurt drie (soms 4) weken. In die periode wordt er dagelijks twee lesuren gewerkt aan een passend thema dat aansluit bij de ontwikkeling. Een mooi voorbeeld is het onderwerp ontdekkingsreizen in de zevende klas, de klas waarin leerlingen bezig zijn met het verleggen van eigen grenzen. 

Het periode-onderwijs is intens: het komt elke dag terug. Het is ook levend en persoonlijk onderwijs. Daarmee bedoelen we dat de leerling leert door de aanpak van de leraar en minder uit bestaande boeken. Resultaat van het periode-onderwijs is een zelfgemaakt schrift waarin de periodestof is weergegeven op vaak kunstzinnige wijze. 

Gewone en bijzondere vakken op de vrijeschool

De lesstof van de vrijeschool komt in grote lijnen overeen met de lesstof van reguliere scholen. De inhoud van de examenvakken en de basisvorming wijkt niet af van de vakken die op onze school gegeven worden. Maar onze school is ontwikkelingsgericht en biedt de vakken op een andere wijze aan, bijvoorbeeld in de vorm van periode-onderwijs en er zijn extra vakken of activiteiten:  

Toneel

Toneel neemt een belangrijke plaats in binnen het onderwijs op de vrijeschool. Toneel is er niet alleen voor liefhebbers en vrijwilligers, toneel is net als wiskunde een verplicht vak. Leerlingen maken twee- of driemaal in hun schooltijd samen met hun klas een productie. Zij spelen dan zelf het toneelstuk en dragen ook zorg voor het decor en de rekwisieten. Verder verspreiden ze affiches met de aankondiging van het stuk. Toneel spreekt de fantasie en het inlevingsvermogen van kinderen aan en doet een appel op het samenwerken.

Muziek

Muziek neemt eveneens een belangrijke plaats in het lesprogramma in. De hoogste drie klassen hebben jaarlijks een kooruitvoering voor ouders/verzorgers en belangstellenden, de jongere klassen verzorgen daarbij ook een muzikaal programma. Durven zingen, samenwerken en daardoor boven jezelf uitstijgen zijn van groot belang voor het welslagen van dit concert.

Kunstzinnige en ambachtelijke vakken

Bij de ambachtelijke en kunstzinnige vakken werken leerlingen aan een product dat mooi en/of handig is, bijvoorbeeld een hamer, een koperen schaal of een schilderij. Maar ook ontwerpen en maken leerlingen eigen kledingstukken en meubels. Het doel van de vakken is om leerlingen te leren een idee zo exact mogelijk uit te voeren en hun creativiteit te ontwikkelen.

Euritmie / beweging

De lessen euritmie en bewegen worden aangeboden in klas 7, 8 en 9. Via het fysieke wordt denken, voelen en willen of doen aangesproken en ontwikkeld. Zowel individueel als in samenwerking met anderen. 

Stages

Om kennis te maken met verschillende facetten uit de maatschappij gaan leerlingen van klas 9, 10 en 11 jaarlijks een week (enkele klassen meerdere weken) op stage. In de stages maken ze kennis met de praktijk van het dagelijks werk.  Het is daarom een ‘blik vooruit’, maar tegelijkertijd moeten leerlingen leren om zich te handhaven in een andere omgeving. De stage wordt afgerond met een verslag waarin werkplek en ervaringen worden beschreven. In de negende klas beginnen leerlingen met een winkelstage, die vooral praktisch is. In de tiende klas lopen de leerlingen een ‘sociale’ stage. Dat betekent dat ze bijvoorbeeld in een verzorgings- of bejaardenhuis meedraaien.

In klas 11 kunnen de leerlingen kiezen tussen twee soorten stages: een toekomststage en een ideële stage. 

 

Eindwerkstuk

Specifiek voor het onderwijs op de vrijeschool is het eindwerkstuk in de twaalfde klas. De leerling werkt een jaar lang zelfstandig aan een zelfgekozen onderwerp.  Het resultaat is een werkstuk, waarin de onderzoeksbevindingen zijn opgenomen en dat gepresenteerd wordt op een feestelijke avond. De leerling spreekt dan een gehoor toe van vaak meer dan 100 mensen (ouders/verzorgers, leraren, medeleerlingen, belangstellenden). Leerlingen ervaren de presentatie als een grote stap. Leerlingen leren zo om de drempel te overwinnen zich in de maatschappij te presenteren. Het eindwerkstuk maakt als profielwerkstuk of sectorwerkstuk deel uit van het examen. 

De jaarfeesten

Het vieren van jaarfeesten zorgt ervoor dat je stil kunt staan bij het ritme van het jaar. De jaarfeesten zijn schoolgebeurtenissen, waarin de school als gemeenschap ervaarbaar wordt . 

Ze worden dan ook met de hele school gezamenlijk gevierd. Naast het Paasfeest wordt ook met Advent en Kerstmis stilgestaan bij de betekenis van deze jaarfeesten. Het Michaëlsfeest wordt in de herfst uitgebreid gevierd. Dit feest staat in het teken van moed, het overwinnen van eigen grenzen. Het St. Jansfeest vieren we aan het begin van de zomer.

 

Meer weten? Zie verder ›

De middenbouw

Onze eerste twee klassen, klas 7 en klas 8 vormen de middenbouw. Leerlingen uit klas 6 (of uit groep 8) komen uit het basisonderwijs en gaan naar het voortgezet onderwijs. Leerlingen worden in dakpan klassen geplaatst. Zo mogelijk mh ( mavo – havo) en hv (havo – vwo), eventueel op grond van aantallen meerdere klassen per niveau. Bij de indeling wordt het basisschooladvies gebruikt. In deze eerste twee jaar heeft een leerling de kans zich te ontwikkelen tot het niveau dat bij hem past. In de overgang naar de 9e (mavo, havo vwo) wordt het uiteindelijke niveau bepaald. Wanneer leerlingen extra ondersteuning nodig hebben op het gebied van basisvaardigheden wordt dit voor zover mogelijk op school aangeboden. Voor klas 7 is er een klassenleerkracht, die de klas twee jaar begeleidt als mentor en ook het onderwijs verzorgt in verschillende vakken, samen met het middenbouw team. De zevende klassen hebben een basis lokaal, waarin meerdere vakken gegeven worden. In de 8e klas wordt de overgang gemaakt naar onderwijs met meer leerkrachten en wisselingen van lokaal. Uitzondering hierop is 8c. 

Klas 9-10

In klas 9 wordt de leerling op niveau ingedeeld. Elke leerling krijgt het advies voor een vervolg in mavo, havo of vwo. Hier wijzigt daardoor de klassensamenstelling en het mentoraat.
De mavoleerlingen vormen een aparte klas. Zij worden toegeleid naar het mavo-examen eind tiende klas. Daarna is voor de mavo-leerlingen doorstroom naar havo mogelijk. Voor deze doorstroom hanteren we een grens. Deze staat op de website.
De havo-, en vwo-leerlingen komen in dakplanklassen, waarbij de zaakvakken op niveau worden aangeboden. Zij zitten dus deels op niveau en deels gemixt. In de 9e klas vwo en havo worden de profielen gekozen voor het examen.

Klas 11-12

Hier gaan leerlingen door voor een havo of vwo diploma. Alle lessen zijn met de havo of vwo klas. Wel zullen lessen in verschillende groepssamenstellingen zijn vanwege de verschillende vakkenpakketten (profielen).

Leerroutes

Een leerling gaat zijn ontwikkelingsweg en haalt dan ook een diploma. Het leerplan van de vrijescholen gaat uit van een brede algemene ontwikkeling tot ca. 18 jaar. Er zijn leerlingen die als ze 16 zijn meer gebaat zijn bij een specifieke, beroepsgerichte opleiding. Daarom duurt de leerroute mavo vier jaar: klas 7 t/m 10.
Vanaf schooljaar 2014-2015 zullen leerlingen uit de C-stroom na 9c doorstromen naar de 9e klas mavo.